Inhoudsopgave judosport algemeen:


      1. Geschiedenis
2. Wedstrijdruimte
3. Uitrusting
4. Kleding (judogi)
5. Hygiëne
6. Scheidsrechters en Officials
7. Positie en functie van de hoofdscheidsrechter
8. Positie en functie van de hoekscheidsrechters
9. Tekens
10. Plaatsbepaling (geldige positie)
11. Wedstrijdduur
12. "Osaekomi"-tijd
13. Techniek, samenvallend met het tijdsignaal
14. Begin van de wedstrijd
15. Overgang in "ne-waza"
16. Toepassing van "matte"
17. "Sonomama"
18. Einde van de wedstrijd
19. "Ippon"
20. "Waza-ari awasete ippon"
21. "Waza-ari"
22. "Yuko"
23. "Koka"
24. "Osaekomi-waza"
25. Verboden handelingen en straffen
26. Judo wedstrijdreglement voor jongeren onder 12 jaar
27. Inleiding en Kyu s
28. Vaardigheidseisen Danexamen Judo



De bedenker van het judo is Jigoro Kano.





Hij werd geboren op 28 oktober 1860 in het dorpje Mikage in het westen van Japan.
Hij was klein en niet sterk.
Hij bestudeerde de ju-jutsu-systemen van drie verschillen scholen: van de Kito-Ryo,
de Tenshin-Shinyô-Ryu en van de Nippon-Ryu (Ryu betekent school).
Hij zocht echter naar een nieuw systeem van zelfverdediging.
Omdat hij zo klein was wilde hij met verschillende technieken de sterke mannen
overwinnen.
Hij moest daarom de krachten van de sterken gebruiken.
Hij bedacht het Nippon-Den-Kodokan-Judo; kortweg JUDO dat letterlijk betekent de
zachte weg.
In 1882 opende Jigoro Kano zijn eerste school: De Kodokan("Kodo" betekent "de
waarheid verkondigen" en "Kan" betekent "bijeenkomst").
Hij was toen 22 jaar.
1. Geschiedenis
In 1889 vertrok Jigoro Kano uit Japan voor een tournee door Europa.
Hij wilde zich op de hoogte stellen van de westerse opvoedingsmethoden en tegelijkertijd propaganda maken voor zijn Judo.
Judo werd in dat jaar ook een verplicht vak op school.
Yamashita, één van zijn beste leerlingen, werd in 1903 naar Amerika gezonden, waar hij een school opende die in korte tijd een
geweldige populariteit genoot.
Ook president Theodore Roosevelt bezocht de school en werd een enthousiast judoka.
Jigoro Kano bleef zijn hele leven nog les geven, maar dat werd steeds moeilijker omdat zijn gezondheid de wensen overliet.
In 1938 begaf hij zich naar Cairo voor een bijeenkomst van het Internationaal Olympisch Comité, dat toen de spelen in Tokio
voorbereidde.
Op de terugreis op de boot Hikawa Maru naar Japan overleed hij, op 4 mei 1938, ten gevolge van een longontsteking.
Hij overleed op 77-jarige leeftijd.
Omdat zijn zoon nog te jong was werd het bestuur van de Kodokan toevertrouwd aan zijn neef Nango In 1946 werd deze
opgevolgd door Risei Kano, zoon van Jigoro







terug naar index

Afmetingen judopak:

Met ingang van het seizoen 1992/1993 is het dragen van blauwe "judogi" verplicht bij:

Nationale Kampioenschappen Heren;

Nationale Kampioenschappen Dames;
Nationale Kampioenschappen Alle

Categorieën;
Nationale Teamcompetitie (alleen Hoofdklasse);
Het dragen van blauwe "judogi" bij alle overige Nationale Kampioenschappen is toegestaan, echter niet verplicht.













5. Hygiëne:

De "judogi" moet schoon, in het algemeen droog en zonder onprettige geur zijn.

De nagels van de voeten en handen moeten kort geknipt zijn.

De persoonlijke hygiëne van de deelnemer moet van een hoge kwaliteit zijn.
Lang haar dient opgebonden te worden om zodoende ongemak voor de andere deelnemer te vermijden.

Indien een deelnemer niet voldoet aan de eisen, kan het recht om deel te nemen ontzegd worden en zal de tegenstander de wedstrijd winnen met "kiken-
gachi" in
overeenstemming met de "meerderheid van drieregel"

2. Wedstrijdruimte

De wedstrijdruimte moet minimaal 14x14 m. en maximaal 16x16 m. zijn en bedekt met "tatami" of een gelijkwaardig aanvaardbaar materiaal, in het algemeen van een groene kleur.

De wedstrijdruimte wordt verdeeld in twee vlakken. De afscheiding tussen deze twee vlakken wordt de gevarenzone genoemd en wordt aangegeven met een gekleurd gedeelte, gewoonlijk rood, ongeveer 1 m. breed, dat deel uitmaakt van de mat of daaraan is bevestigd, evenwijdig aan de vier zijden van de wedstrijdruimte. Het gedeelte daarbinnen, met inbegrip van de rood gekleurde gevarenzone, wordt de gevechtsruimte genoemd en moet altijd een minimumafmeting hebben van 8x8 m. of een maximumafmeting van 10x10 m. Het gedeelte buiten de gevarenzone wordt de veiligheidsstrook genoemd en moet 3 m. breed zijn.

Voor Olympische Spelen, Wereldkampioenschappen, continentale en I.J.F.-evenementen moeten in het algemeen de maximumafmetingen worden gehouden.

"Tatamis":
De afmetingen zijn gewoonlijk 1x2 m. De matten worden gemaakt van geperst stro of, meer voorkomend, van geperst schuim.
Zij moeten stevig onder de voeten aanvoelen en de eigenschap bezitten om tijdens "ukemi" (valbreken) de schok te kunnen opvangen en niet te glad of te ruw zijn.
De matdelen, die samen het wedstrijdvlak vormen, moeten zonder tussenruimte tegen elkaar worden gelegd, een effen bovenvlak bezitten en zodanig zijn aangebracht dat verschuiven niet mogelijk is.

Podium:
Het podium dient van stevig hout te zijn gemaakt en toch een zekere veerkracht te bezitten; afmetingen ongeveer 18x18 m. en niet hoger dan 50 cm.



3. Uitrusting

Scoreborden:
Twee scoreborden per wedstrijdruimte moeten zodanig buiten deze ruimte zijn geplaatst, dat zij gemakkelijk door de scheidsrechters, commissieleden, officials en het publiek kunnen worden waargenomen. Deze borden laten op horizontale wijze de waarderingen zien en mogen niet hoger dan 90 cm. en niet breder dan 2 m. zijn.
De straffen moeten direct in scores worden omgezet en op het scorebord worden geregistreerd. De borden moeten echter zodanig zijn vervaardigd, dat de ontvangen straffen zichtbaar blijven.

Tijdklokken:
De volgende tijdklokken moeten aanwezig zijn:
1 voor de tijdsduur van de wedstrijd, "Osaekomi" (houdgreeptijd) 2, reserve 1.
Indien elektronische tijdklokken worden gebruikt dan moeten er, ter controle, ook handbediende klokken gebruikt worden.
Vlaggen (tijdwaarnemers)
Tijdwaarnemers moeten de volgende vlaggen gebruiken:
Geel: onderbreking van de wedstrijd. Groen: "Osaekomi"-duur.
Indien een klok wordt gebruikt, die duidelijk zichtbaar de tijdsduur van de wedstrijd en de houdgreep aangeeft, is het niet noodzakelijk de groene en de gele vlag te gebruiken. Deze vlaggen moeten echter wel als reserve beschikbaar zijn.

Tijdsignaal
Het einde van de voor de wedstrijd toegestane tijd wordt aan de scheidsrechter kenbaar gemaakt door het luiden van een bel of een soortgelijke hoorbare methode.
Blauwe en witte judogi
De deelnemer draagt een blauwe of een witte judogi. (De als eerste opgeroepen deelnemer draagt een blauwe judogi, de als tweede opgeroepen deelnemer draagt een witte judogi.)



4. Kleding (judogi)

De door de deelnemers gedragen "judogi" (judopak) moet voldoen aan de volgende eisen:

Degelijk gemaakt van katoen of een soortgelijk materiaal en in goede staat verkeren (zonder gaten of scheuren). Het materiaal mag niet te dik of te hard zijn zodat
voorkomen wordt dat de tegenstander vast kan pakken.


Blauw van kleur voor de als eerst opgeroepen deelnemer en wit of gebroken wit van kleur voor de als tweede opgeroepen deelnemer.

Toegestane merktekens:
* Nationaal Olympische afkorting (op de achterzijde van de jas)
* Nationaal embleem (op de linkerborst van de jas). Maximaal 100 cm².
* Fabrieksnaam (aan de onderzijde van de jas en aan de onderzijde van de
linkerbroekspijp). Maximaal 25 cm².
* Schoudermarkeringen (van de kraag over de schouder naar de arm,
aan de beide kanten van de jas), met een maximumlengte van 25 cm.
en een maximum breedte van 5 cm.
* De behaalde plaats (1e, 2e, 3e) op de Olympische Spelen of
Wereld Kampioenenschappen aan de onderzijde van de linkerkant van de
jas met een afmeting van 6 cm x 10 cm.
* De naam van de deelnemer mag op de band, op de onderkant van de jas aan de
voorkant en op de bovenkant van de broek aan de voorkant gedragen worden,
echter niet groter dan 3x10 cm. De naam of afkorting van de deelnemer mag ook
gedragen worden (gedrukt of geborduurd) boven de nationale Olympische afkorting,
maar in geen geval op een plaats waarbij de tegenstander hinder zou ondervinden bij
een pakking op de rug van de jas. De afmeting van de letters zijn maximaal 7 cm.
hoog en 30 cm. lang. Deze rechthoek van 7 x 30 cm. moet 3 cm. onder de kraag
zitten, terwijl het rug embleem hier weer 4 cm. onder zit.

De jas moet lang genoeg zijn om de dijen te bedekken en moet minimaal tot aan de vuisten reiken als de armen volledig uitgestrekt langs het lichaam naar
beneden hangen. De jas moet wijd genoeg zijn om de uiteinden, ter hoogte van de onderkant van de borstkas, over elkaar te kunnen kruisen, met een minimale
overlap van 20 cm., waarbij de linkerkant van de jas wordt gekruist over de rechterkant van de jas. Dit geldt zowel voor dames als heren. De mouwen van de jas
mogen maximaal tot aan het polsgewricht reiken en minimaal 5 cm. boven het polsgewricht eindigen. Tussen de mouw en de arm (inclusief bandages) moet, over
de gehele lengte van de mouw, een ruimte van 10-15 cm. bestaan.

De broek moet de benen bedekken met een lengte van maximaal tot aan het enkelgewricht en minimaal tot 5 cm. boven het enkelgewricht. Tussen de broekspijp
en het been (inclusief bandages) moet, over de gehele lengte van de broekspijp, een ruimte van 10-15 cm. bestaan.

Een stevige band, 4 tot 5 cm. breed, waarvan de kleur overeenkomt met de graduatie, moet over de jas op heuphoogte gedragen en vastgemaakt worden met een
platte knoop, die strak genoeg is om te voorkomen dat de jas te los zit en moet lang genoeg zijn om twee maal om de heup gebonden te worden en daarbij 20 à
30 cm. over te laten aan iedere kant van de vastgemaakte knoop.

Vrouwelijke deelnemers moeten onder de jas dragen hetzij:
* Een effen wit of gebroken wit T-shirt, voorzien van korte mouwen, redelijk sterk en
lang genoeg om in de broek gedragen te worden.
* Een effen witte of gebroken witte "bodystocking".
6. Scheidsrechters en Officials

In het algemeen zal de wedstrijd geleid worden door 1 hoofdscheidsrechter en 2 hoekscheidsrechters, die onder toezicht van de scheidsrechtercommissie staan. De scheidsrechters zullen geassisteerd worden door scorebordbedieners en tijdwaarnemers.

De tijdwaarnemers, wedstrijdschrijvers, scorebordbedieners, zowel als andere technische assistenten moeten minimaal 21 jaar zijn, minimaal een ervaring van 3 jaar als nationaal scheidsrechter hebben en over een goede kennis van het wedstrijdreglement beschikken. Voor Nederland kan hier vanaf geweken worden, al naar gelang de belangrijkheid van het evenement.

De organisatiecommissie moet zich ervan verzekeren dat zij grondig voor hun taak zijn opgeleid.
Er moet een minimale bezetting zijn van 2 tijdwaarnemers: 1 om de werkelijke wedstrijdtijd bij te houden en 1 uitsluitend voor "oasekomi".
Indien mogelijk moet een derde persoon aanwezig zijn, die de 2 tijdwaarnemers controleert, ter voorkoming van fouten ten gevolge van vergissingen of vergeetachtigheid.
De tijdwaarnemer, belast met het bijhouden van de werkelijke wedstrijdtijd, start zijn klok bij het horen van het commando "hajime" of "yoshi" en stopt de klok bij het horen van het commando "matte" of "sonomama".
De houdgreeptijdwaarnemer start zijn klok bij het horen van "osaekomi", stopt bij "sonomama" en herstart de klok bij het horen van "yoshi". Hij stopt zijn klok bij het horen van "toketa" of "matte" en geeft het aantal verstreken seconden door aan de scheidsrechter of hij stopt zijn klok bij het bereiken van de tijd voor de houdgreep en geeft dit aan met een signaal.

Houdgreeptijd:

25 seconden: indien er geen andere "waza-ari" was gescoord of "keikoku" als straf was aangekondigd.


20 seconden: indien de deelnemer die de houdgreep aanlegt reeds eerder "waza-ari" had gescoord of zijn tegenstander met "keikoku" was gestraft.

Het einde van de voor de wedstrijd toegestane tijd wordt door de tijdwaarnemer aan de scheidsrechter kenbaar gemaakt door middel van een duidelijk hoorbaar signaal.
De scorebordbediener moet, om het resultaat van de wedstrijd te kunnen aangeven, volledig op de hoogte zijn van de gangbare, in gebruik zijnde tekens en signalen.
Als aanvulling op eerder genoemde personen moet er, om het verloop van de wedstrijd te registreren, een wedstrijdschrijver aanwezig zijn.

Indien elektronische systemen worden gebruikt, zal de werkwijze dezelfde zijn als eerder omschreven. Men moet er zich evenwel van verzekeren dat er handbediende scoreborden beschikbaar zijn.

7. Positie en functie van de hoofdscheidsrechter

De hoofdscheidsrechter moet in het algemeen binnen de gevechtsruimte blijven. Hij leidt de wedstrijd en geeft de beoordelingen. Hij moet zich ervan verzekeren dat zijn beslissingen juist worden geregistreerd.

De scheidsrechter moet zich ervan overtuigen dat alles correct is, aangaande de wedstrijdruimte, uitrusting, kleding, hygiëne, officials enz. alvorens de wedstrijd te starten.

Als de hoofdscheidsrechter een waarde-oordeel geeft, moet hij het zicht op de deelnemers niet verliezen, het bijbehorende gebaar aanhouden en een plaats innemen van waaruit hij kan waarnemen of de hoekscheidsrechter, die vanuit zijn positie het beste kan bijstaan, een afwijkende mening demonstreert.

In situaties in "ne-waza", waarbij bijvoorbeeld beide deelnemers gedeeltelijk op de veiligheidsstrook liggen, mag de hoofdscheidsrechter de handeling vanaf de veiligheidsstrook beoordelen.

Alvorens wedstrijden te leiden, moeten de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters zich vertrouwd maken met het geluid van de bel of van andere middelen, die het einde van de wedstrijd op hun mat aangeven. Wanneer de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters de controle van de wedstrijdruimte op zich nemen, moeten zij zich ervan overtuigen dat de matoppervlakte schoon is, zich in goede staat bevindt, dat er geen openingen tussen de matten zijn en dat de stoelen van de hoekscheidsrechters op de juiste plaats staan. De scheidsrechters moeten zich ervan overtuigen dat er geen toeschouwers, supporters of fotografen in staat zijn om de deelnemers overlast of gevaar voor blessures te bezorgen
.
8. Positie en functie van de hoekscheidsrechters

De hoekscheidsrechters moeten de hoofdscheidsrechter bijstaan en een plaats innemen tegenover elkaar op twee hoeken buiten de gevechtsruimte. Elke hoekscheidsrechter moet, door het geven van het juiste officiële teken, zijn mening kenbaar maken, indien zijn mening ten aanzien van een technische waardering of een aangekondigde straf afwijkt van de mening van de hoofdscheidsrechter.

Indien de hoofdscheidsrechter over een technische resultaat of een straf een hoger waarde-oordeel heeft dan de twee hoekscheidsrechters, moet hij zijn waardering aanpassen aan die van de hoekscheidsrechter met de hoogste waardering.

Indien de hoofdscheidsrechter over een technische resultaat of een straf een lager waarde oordeel heeft dan de twee hoekscheidsrechters, moet hij zijn waardering aanpassen aan die van de hoekscheidsrechter met de laagste waardering.

Indien de ene hoekscheidsrechter een hoger en de andere hoekscheidsrechter een lager waarde oordeel heeft dan de hoofdscheidsrechter, kan de hoofdscheidsrechter zijn mening handhaven.

Indien beide hoekscheidsrechters ten aanzien van de waardering van de hoofdscheidsrechter een afwijkende mening hebben en de hoofdscheidsrechter hun tekens niet opmerkt, staan zij op en houden hun teken aan totdat de hoofdscheidsrechter dit bemerkt en zijn waardering herziet. Indien de hoofdscheidsrechter na enige tijd (een paar seconden) de staande hoekscheidsrechters nog niet heeft opgemerkt, moet de hoekscheidsrechter die zich het dichtst bij de hoofdscheidsrechter bevindt, deze direct benaderen en hem op de hoogte brengen van de meerderheidsmening.

De hoekscheidsrechter moet door het juiste teken zijn mening kenbaar maken over de geldigheid of ongeldigheid van elke actie op de rand van de gevechtsruimte of erbuiten.

Enige bespreking is slechts mogelijk, als de hoofdscheidsrechter of 1 van de hoekscheidsrechters getuige is geweest van iets, dat de twee anderen niet hebben gezien en dat de beslissing zou kunnen veranderen. Degene die met zijn zienswijze in de minderheid is, moet echter, om onnodige discussies te vermijden, zeker zijn van datgene wat hij naar voren brengt.

De hoekscheidsrechters moeten ook controleren of de door de scorebordbediener genoteerde resultaten overeenkomen met de door de hoofdscheidsrechter aangekondigde waarderingen.

Indien een deelnemer vanwege een door de hoofdscheidsrechter noodzakelijke geachte reden de wedstrijdruimte tijdelijk moet verlaten, is een hoekscheidsrechter verplicht de deelnemer te vergezellen, om toe te zien dat er geen ongeregeldheden plaatsvinden. Toestemming om de wedstrijdruimte te verlaten zal slechts in uitzonderlijke omstandigheden gegeven worden (bijvoorbeeld voor het verwisselen van de "judogi" in het geval dat deze niet voldoet aan de normen).

De scheidsrechters moeten gedurende het voorstellen van de deelnemers of gedurende iedere lange vertraging in het programma de wedstrijdruimte verlaten.

De hoekscheidsrechter zit met beide voeten uit elkaar buiten de gevechtsruimte met de handen aan de binnenkant van de dijen, waarbij de handpalmen naar beneden zijn gericht.

Indien een hoekscheidsrechter bemerkt dat de stand op het scorebord niet juist is, moet hij de aandacht van de hoofdscheidsrechter op deze vergissing vestigen.

De hoekscheidsrechter moet zichzelf en zijn stoel snel kunnen verplaatsen als zijn positie voor de deelnemers gevaar kan opleveren.

De hoekscheidsrechter moet zijn teken voor een waardering niet eerder geven dan de hoofdscheidsrechter.

Bij een actie op de rand van de gevechtsruimte moet de hoekscheidsrechter onmiddellijk aangeven dat de actie "in" of "uit" is.

Als een deelnemer gedurende de wedstrijd enig deel van het judopak buiten de wedstrijdruimte moet omwisselen en de begeleidende hoekscheidsrechter is niet van dezelfde sekse als de deelnemer, zal een official van dezelfde sekse, aangewezen door de scheidsrechterscommissie, deze hoekscheidsrechter vervangen en de deelnemer begeleiden.

Indien zijn mat niet in gebruik is en er een wedstrijd gaande is op de aangrenzende mat, moet de hoekscheidsrechter zijn stoel verwijderen als deze voor de deelnemers op de aangrenzende mat gevaar zou kunnen opleveren.












terug naar index
terug naar index
terug naar index
terug naar index
terug naar index
terug naar index
9. Tekens

De hoofdscheidsrechter:

De hoofdscheidsrechter geeft de hierna vermelde tekens bij de volgende beslissingen:

"Ippon": een arm wordt hoog boven het hoofd geheven met de handpalm naar voren gericht.

"Waza-ari": een arm wordt zijwaarts omhaag geheven tot op schouderhoogte, met de handpalm naar beneden.

"Waza-ari awasete ippon": eerst wordt het teken voor "waza-ari" gegeven, dan het teken voor "ippon".

"Yuko": een arm wordt zijwaarts naar beneden bewogen in een hoek van 45 graden ten opzichte van het lichaam, met een handpalm naar beneden gericht.

"Koka": een arm wordt zijwaarts gebogen omhoog geheven, met de duim naar de schouder en de elleboog naast het lichaam.

"Osaekomi": een arm wordt van het lichaam af naar beneden gestrekt in de richting van de deelnemers, met het gezicht naar de deelnemers en het lichaam naar hen voorovergebogen.

"Osaekomi-toketa": een arm wordt naar voren geheven en daarmee wordt snel twee of drie keer van rechts naar links bewogen, terwijl hij het lichaam naar de deelnemers buigt.

"Hiki-wake": een hand wordt hoog in de lucht geheven, voor het lichaam tot schouderhoogte omlaag gebracht (met de duim naar boven) en daar een ogenblik gehouden.

"Matte": een hand wordt op schouderhoogte voorwaarts geheven, waarbij aan de tijdwaarnemer de vlakke handpalm getoond wordt met de vingers omhoog en de arm ongeveer parallel aan de "tatami".

"Sonomama": voorover buigend wordt met beide handpalmen op beide deelnemers gedrukt.

"Yoshi": met de handpalmen wordt stevig op beide deelnemers gedrukt.

Herroepen waardering:
om een toegekende waardering te herroepen wordt hetzelfde teken met de ene hand herhaald, terwijl de andere hand boven het hoofd geheven wordt en daarmee twee of drie keer van links naar rechts wordt gezwaaid.

"Hantei": in het geval van "hantei" voorziet de hoofdscheidsrechter zich van een blauwe en een witte vlag, welke bij de wedstrijdtafel gereed liggen. Alvorens de scheidsrechter "hantei" vraagt, steekt hij beide armen met de juiste vlag in de juiste hand onder een hoek van 45 graden ten opzichte van zijn benen naar voren. Hiermee waarschuwt hij de hoekscheidsrechters om attent te zijn. Onder de uitroep "hantei" steekt hij de juiste arm met de juiste vlag omhoog; de linkerarm met de witte vlag indien naar zijn mening wit heeft gewonnen, de rechterarm met de blauwe vlag indien naar zijn mening blauw heeft gewonnen.

"Kachi": om de winnaar van de wedstrijd aan te geven wordt een hand naar de winnaar geheven, met de palm binnenwaarts gericht.

Judogi in orde brengen: om aan te geven dat een deelnemer zijn "judogi" in orde moet brengen, kruist de scheidsrechter op bandhoogte de linkerhand over de rechterhand, met de palmen binnenwaarts gericht.

Medisch onderzoek:
om de scorebordbediener kenbaar te maken dat een medisch onderzoek door de arts verricht wordt, wijst de scheidsrechter met een geopende hand naar de deelnemer en met de opgestoken wijsvinger van de andere hand in de richting van de scorebordbediener indien het een eerste onderzoek betreft. Indien het een tweede onderzoek betreft, wijst hij met wijsvinger en middelvinger.

Aanraken door arts:
vrij aanraken: in geval van een klein ongemak (bloedneus enz.) een gebaar met een geopende hand, handpalm boven, richting deelnemer.

Onderzoeken door arts:
vrij onderzoek: gebaar met beide handen geopend, handpalmen naar boven, richting deelnemer.

Straffen:
om te straffen ("shido", "chui", "keikoku" of "hansoku-make"), wijst de scheidsrechter met een uit een gesloten vuist gestoken wijsvinger naar de schuldige deelnemer.

Te weinig aanvallen:
om aan te geven dat een of beide deelnemers zich schuldig maakt/maken aan "te weinig aanvallen" brengt de scheidsrechter beide onderarmen op borsthoogte en draait deze in voorwaartse richting om elkaar heen.

Schijnaanval:
beide armen met gebalde vuisten naar voren gestrekt. Hierna wordt in deze positie een neerwaartse beweging gemaakt.

Gevarenzonestraf:
met de vinger van de ene hand wordt de gevarenzone aangewezen, terwijl de andere hand, met de 5 vingers geopend, schuin naar boven gestrekt wordt, daarna wordt de deelnemer aangewezen die gestraft wordt.
terug naar index
De hoekscheidsrechters:

Om aan te geven dat naar zijn mening een deelnemer, bij het uitvoeren van een werptechniek, binnen de gevechtsruimte is gebleven, heft de hoekscheidsrechter een hand omhoog, brengt hem langs de grenslijn van de gevechtsruimte omlaag tot schouderhoogte, de duimzijde boven, de arm gestrekt en houdt hem daar een ogenblik.

Om aan te geven dat naar zijn mening een van de deelnemers zich buiten de gevechtsruimte bevindt, heft de hoekscheidsrechter, langs de grenslijn van de gevechtsruimte, een hand tot schouderhoogte, de duimzijde boven, de arm gestrekt en zwaait daarmee enkele keren van rechts naar links en omgekeerd.

Om aan te geven dat een door de hoofdscheidsrechter toegekende waardering of straf naar zijn mening geen geldigheid heeft, heft de hoekscheidsrechter een hand boven het hoofd en zwaait daarmee twee of drie keer van rechts naar links.

Om aan te geven dat hij een ander oordeel heeft dan de hoofdscheidsrechter, maakt de hoekscheidsrechter een van de hier boven vermelde tekens.

In hantei-situaties moeten de hoekscheidsrechters de vlaggen in de juiste hand houden. Nadat de hoofdscheidsrechter "hantei" heeft aangekondigd, moeten de hoekscheidsrechters onmiddellijk de blauwe of witte vlag omhoog steken om aan te geven in wiens voordeel volgens hen beslist moet worden.

Indien de hoekscheidsrechters wensen dat de hoofdscheidsrechter "matte" in "ne-waza" annonceert (bijvoorbeeld bij geen voortgang) moeten zij beide handen tot schouderhoogte heffen met de handpalmen naar boven gericht, zij doen dit twee of drie keer.

Indien niet duidelijk zichtbaar was aan welke deelnemer een waardering werd toegekend of welke deelnemer werd gestraft, kan de hoofdscheidsrechter dit, na het officiële teken, aangeven door naar de blauwe of witte markering (beginpositie) te wijzen.

Indien er een langere wedstrijdonderbreking wordt verwacht, moet de hoofdscheidsrechter de deelnemer aangeven dat hij met gekruiste benen op de beginpositie kan gaan zitten, door middel van het uitsteken van de arm in de richting van de beginpositie, met een open hand en de palm naar boven gekeerd.

De tekens voor "yuko" en "waza-ari" moeten beginnen met de arm kruiselings voor de borst en daarna zijwaarts tot de juiste eindpositie is bereikt.

Om er zeker van te zijn dat de hoekscheidsrechters de toegekende waardering duidelijk kunnen waarnemen, moeten de tekens voor "koka", "yuko" en "waza-ari" aangehouden worden, terwijl er een draai wordt gemaakt. Tijdens het maken van de draai dienen de deelnemers in het oog gehouden te worden.

Moet aan beide deelnemers een straf worden gegeven, maakt de hoofdscheidsrechter het juiste gebaar, wijst beurtelings naar beide deelnemers (de linkerwijsvinger voor de deelnemer aan de linkerzijde, de rechterwijsvinger voor de deelnemer aan de rechterzijde).

Indien een gewijzigde waardering toegekend moet worden, moet dit zo snel mogelijk na het herroepingsteken gebeuren. Bij het herroepen van een toegekende waardering wordt geen aankondiging gemaakt.

Alle tekens moeten drie tot vijf seconden aangehouden worden.

Om de winnaar aan te wijzen keert de scheidsrechter terug naar de plaats die hij innam bij het begin van de wedstrijd, doet een stap voorwaarts, wijst de winnaar aan en doet een stap terug.
terug naar index
10. Plaatsbepaling (geldige positie)

De wedstrijd moet binnen de gevechtsruimte gestreden worden. Een techniek, die uitgevoerd wordt als een of beide deelnemers zich buiten de gevechtsruimte bevinden, mag niet goedgekeurd worden; dat wil zeggen dat, indien een deelnemer ook maar met een voet, hand of knie buiten de gevechtsruimte steunt terwijl hij staat, of zich bij "sutemi-waza" (offerworpen) met meer dan de helft van zijn lichaam buiten de gevechtsruimte bevindt, hij geacht zal worden buiten de gevechtsruimte te zijn.

Uitzonderingen:

1. Wanneer een deelnemer zijn tegenstander buiten de gevechtsruimte werpt, maar zelf lang genoeg binnen de gevechtsruimte blijft om de doeltreffendheid van de techniek duidelijk te tonen, zal de techniek goedgekeurd worden. Wanneer een worp is ingezet terwijl beide deelnemers zich binnen de gevechtsruimte bevinden, maar de deelnemer die geworpen wordt verlaat gedurende de worp de gevechtsruimte, kan de worp voor een score in aanmerking komen als de acties ononderbroken doorgaan en de uitvoerende deelnemer lang genoeg binnen de gevechtsruimte blijft om de doeltreffendheid van de acties te tonen.

2. In "ne-waza" is de actie geldig en mag doorgaan zolang tenminste een deelnemer nog met enig deel van het lichaam de gevechtsruimte raakt.

3. Wanneer tijdens een aanval zoals "o-uchi-gari" of "ko-uchi-gari" de voet of het been van de werper buiten de gevechtsruimte komt en over de matten van de veiligheidsstrook beweegt, moet de handeling voor puntenwaardering als geldig worden beschouwd, zolang de werper zijn gewicht niet op de voet of op het been brengt, het welk zich buiten de gevechtsruimte bevindt.

In het geval van een gedeeltelijke op de veiligheidsstrook voortdurende "osaekomi", waarbij het gedeelte van het lichaam van de deelnemer die de gevechtsruimte nog raakt los komt van de mat, moet de hoofdscheidsrechter "matte" aankondigen.

In het geval dat "tori" buiten de gevechtsruimte los komt van de mat tijdens het uitvoeren van een werptechniek, kan deze techniek slechts voor waardering in aanmerking komen als "uke" eerder de veiligheidsstrook raakt dan enig deel van het lichaam van "tori".

Aangezien de gekleurde gevarenzone deel uitmaakt van de gevechtsruimte wordt iedere deelnemer wiens voeten in staande positie de gekleurde zone nog raken, geacht zich nog binnen de gevechtsruimte te bevinden.

Bij de uitvoerring van de "sutemi-waza" wordt een worp als geldig beschouwd indien de werper zich met de helft of meer van zijn lichaam binnen de gevechtsruimte bevindt (hierbij mag geen van beide voeten als steunpunt van de werper de gevechtsruimte verlaten voor zijn rug of heupen de mat raken).

Indien de werper gedurende een worp buiten de gevechtsruimte valt, zal de actie alleen voor waardering in aanmerking komen als het lichaam van de tegenstander als eerste de veiligheidsstrook raakt. Als een knie, een hand of een willekeurig ander deel van het lichaam van de werper de veiligheidsstrook eerder raakt dan de tegenstander zal de actie geen enkele geldigheid hebben.

Zodra de wedstrijd eenmaal is begonnen, mogen de deelnemers de wedstrijdruimte slechts verlaten indien de scheidsrechter daarvoor toestemming heeft gegeven. Toestemming zal alleen in zeer bijzondere gevallen gegeven worden, zoals de noodzaak van het verwisselen van een "judogi".
terug naar index
11. Wedstrijdduur

Voor Wereldkampioenschappen en Olympische Spelen bedraagt de wedstrijdduur:

Heren: 5 minuten, zuivere wedstrijdtijd

Dames: 4 minuten, zuivere wedstrijdtijd

Aan alle deelnemers moet tussen de wedstrijden een rustperiode worden toegestaan van 10 minuten.

Wedstrijdduur en wedstrijdsysteem worden bepaald door de regels die voor het betreffende evenement gelden.

Bij officiële Nederlandse districts- of nationale kampioenschappen moet een rustperiode van 10 minuten aangehouden worden. Bij toernooien kunnen de organisatoren een rustperiode toestaan welke gelijk is aan de wedstrijdtijd. De scheidsrechter moet, voor hij op de mat komt, op de hoogte zijn van de wedstrijdduur.
terug naar index
12. "Osaekomi"-tijd

"Ippon": 25 seconden

"Waza-ari": 20 - 24 seconden

"Yuko": 15 - 19 seconden

"Koka": 10 - 14 seconden

Een "osaekomi van minder dan 10 seconden zal slechts als een "kinsa" (resultaat kleiner dan koka) beschouwd worden.

Als de tijd van een aangekondigde "osaekomi" de wedstrijdtijd overschrijdt, moet de voor de wedstrijd toegestane tijd verlengd worden tot door de
scheidsrechter "ippon" (of gelijkwaardig), of tot "toketa" of "matte" wordt aangekondigd
.
terug naar index
13. Techniek, samenvallend met het tijdsignaal

Elk direct resultaat van een techniek, die gelijktijdig begint met het eindsignaal, moet als geldig worden beschouwd.

Als de tijd van een aangekondigde "osaekomi" de wedstrijdtijd overschrijdt, moet de voor de wedstrijd toegestane tijd verlengd worden tot "ippon" gescoord wordt (of gelijkwaardig), of door de scheidsrechter "toketa" of "matte" wordt aangekondigd.

Een techniek die uitgevoerd wordt na het belsignaal of een andere gebruikte methode dat het einde van de wedstrijdtijd aangeeft, is niet geldig, ook niet als de scheidsrechter op dat moment nog geen "sore-made" heeft aangekondigd.

Hoewel een techniek gelijktijdig met de bel uitgevoerd kan zijn, moet de scheidsrechter "sore-made" aankondigen indien hij beslist dat de techniek geen direct resultaat heeft opgeleverd.
terug naar index
14. Begin van de wedstrijd

Alvorens de wedstrijd te starten, nemen de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters plaats op de wedstrijdruimte en buigen naar "joseki", waarna ze hun plaatsen innemen. Bij het verlaten van de wedstrijdruimte groeten zij eveneens "joseki".

Voor en na elke wedstrijd maken de deelnemers bij opkomst en bij het verlaten van de mat een buiging. Nadat zij een buiging voor de wedstrijdruimte hebben gemaakt, bewegen de deelnemers zich naar hun overeenkomstige blauwe of witte matmarkering, groeten elkaar gelijktijdig en doen een stap voorwaarts. Als de wedstrijd voorbij is en de hoofdscheidsrechter heeft de uitslag bekend gemaakt, doen de deelnemers een stap achterwaarts en groeten elkaar.

De wedstrijd begint altijd in staande positie.

Uitsluitend leden van de scheidsrechterscommissie kunnen de wedstrijd onderbreken.

Reeds voordat de deelnemers op de wedstrijdruimte komen, moeten de scheidsrechters, om de wedstrijd te kunnen laten beginnen, hun plaatsen hebben ingenomen. De hoofdscheidsrechter moet in het midden staan, twee meter achter een denkbeeldige lijn tussen de plaatsen van waaruit de deelnemers beginnen. Hij moet een plaats innemen tegenover de tijdwaarnemingtafel.

Alle staande buigingen, gedaan door de deelnemers, moeten onder een hoek van 30 graden t.o.v. de heup uitgevoerd worden. Als de deelnemers niet of verkeerd buigen, moet de scheidsrechter hen opdragen dit correct te doen.
terug naar index
15. Overgang in "ne-waza"

In de volgende gevallen kunnen de deelnemers overgaan van staande positie in "ne-waza"; wordt de techniek echter niet ononderbroken voorgezet, dan draagt de scheidsrechter beide deelnemers op de staande positie weer in te nemen:

· Indien een deelnemer, na enig resultaat te hebben behaald met een werptechniek, zonder onderbreking overgaat in "ne-waza" en in de aanval gaat.

· Indien een van de deelnemers na een mislukte uitvoering van een werptechniek op de grond valt, mag de ander gebruik maken van de wankele positie van zijn tegenstander om hem naar de grond te brengen.

· Indien een deelnemer een duidelijk resultaat behaalt door in staande positie een "shime-waza" (verwurging) of "kansetsu-waza" (armklem) uit te voeren en vervolgens zonder onderbreking overgaat in "ne-waza".

· Indien een deelnemer zijn tegenstander in "ne-waza" dwingt door een op bijzonder kundige wijze gemaakte beweging, die weliswaar lijkt op een werptechniek, doch niet helemaal als zodanig geldt.

· In alle gevallen, waarin een deelnemer kan vallen af bijna valt, die niet zijn genoemd in bovenstaande opsomming, mag de andere deelnemer gebruik maken van de positie van zijn tegenstander om over te gaan in "ne-waza".

Als een deelnemer zijn tegenstander naar de grond trekt op een manier die niet in overeenstemming is met de 5 punten hierboven en de tegenstander maakt geen gebruik van de situatie om in "ne-waza" door te gaan, zal de scheidsrechter "matte" aankondigen, de wedstrijd stoppen en de deelnemer die de 5 punten hierboven overtrad, met een "shido" bestraffen.

Als een deelnemer zijn tegenstander naar de grond trekt op een manier die niet in overeenstemming in met de 5 punten hierboven en de tegenstander maakt gebruik van de situatie om in "ne-waza" door te gaan, is het toegestaan de wedstrijd door te laten gaan. De scheidsrechter zal de overtreder, na "matte" echter met een "shido" bestraffen.
terug naar index
16. Toepassing van "matte"

In de volgende gevallen kondigt de scheidsrechter "matte" aan om de wedstrijd tijdelijk te staken en kondigt "hajime" aan om de wedstrijd te hervatten:

· Indien een of beide deelnemer(s) buiten de gevechtsruimte komt/komen.

· Indien een of beide deelnemer(s) een van de verboden handelingen uitvoert/uitvoeren.

· Indien een of beide deelnemer(s) gewond of onwel wordt/worden.

· Indien het noodzakelijk is dat een of beide deelnemer(s) zijn/hun kleding in orde brengt/brengen.

· Indien er tijdens "ne-waza" geen duidelijke voortgang is en de deelnemers stil liggen in een houding als bijvoorbeeld "ashi-garami" (verstrengeling van de benen).

· Indien een deelnemer vanuit "ne-waza" weer in staande of halfstaande positie komt en zijn tegenstander op de rug draagt.

· Indien een deelnemer in staande positie blijft of vanuit "ne-waza" weer tot staan komt en zijn tegenstander, die op de rug ligt met de benen (het been) om enig deel
van het lichaam van de staande deelnemer, volledig optilt van de mat.

·
Indien een deelnemer vanuit staande positie "kansetsu-waza" of "shime-waza toepast of tracht toe te passen en het resultaat niet onmiddellijk duidelijk       is.

· In ieder ander geval waarin de scheidsrechter het noodzakelijk acht.

· Indien de scheidsrechters of de scheidsrechterscommissie overleg wensen/wenst.
terug naar index

















17. "Sonomama"

Als de scheidsrechter de wedstrijd tijdelijk wil stoppen, bijvoorbeeld om een of beide deelnemers toe te spreken zonder dat hun positie verandert of om een straf te geven, waarbij de voordeelpositie van de niet te bestraffen deelnemer gehandhaafd moet blijven, kondigt hij "sonomama" aan.

Om de wedstrijd te hervatten kondigt hij "yoshi" aan. "Sonomama" kan uitsluitend in "ne-waza" worden toegepast.

Indien de scheidsrechter "sonomama" aankondigt moet hij erop letten dat de houding of pakking van beide deelnemers niet verandert.

Wanneer in "ne-waza" een deelnemer tekenen van een blessure vertoont, kan de scheidsrechter, indien nodig, "sonomama" aankondigen, daarna de deelnemers terugbrengen in de positie die zij innamen voor de aankondiging "sonomama" en daarna de wedstrijd hervatten met "yoshi". In het geval van blessure is er altijd overleg met de hoekscheidsrechters.
terug naar index
18. Einde van de wedstrijd

Om de wedstrijd te beëindigen, kondigt de scheidsrechter "sore-made" aan:

· Als een deelnemer "ippon" of "waza-ari awasete ippon" scoort.

· In het geval van "sogo-gachi" (samengestelde winst).

· In het geval van "fusen-gachi" of "kiken-gachi".

· In het geval van "hansoku-make" (diskwalificatie).

· Als een deelnemer tengevolge van een blessure de wedstrijd niet kan voortzetten.

· Als de voor de wedstrijd toegestane tijd is verstreken.

· Bij de aankondiging "sore-made" nemen de deelnemers hun oorspronkelijke beginplaatsen weer in.

De hoofdscheidsrechter beslist de wedstrijd als volgt:

· Wanneer een deelnemer "ippon" of gelijkwaardig heeft gescoord, zal hij als winnaar worden aangewezen.

· In het geval dat beide deelnemers gelijktijdig "ippon" of "sogo-gachi" scoren, kondigt de scheidsrechter "hiki-waza" aan en hebben de deelnemers het recht de
wedstrijd direct over te maken. Als slechts een deelnemer weigert, zal de deelnemer die wedstrijd wenst over te maken met "kiken-gachi" tot winnaar worden
verklaard.

· In het geval dat beide deelnemers gelijktijdig worden bestraft met "hansoku-make", of een deelnemer wordt bestraft met "hansoku-make" en aan hem wordt
gelijktijdig "sogo-gachi" toegekend, zal de scheidsrechter "sore-made" aankondigen, waarna aan geen van beide deelnemers wordt toegestaan dat zij aan het
traject van de vervolgwedstrijd deelnemen.

· Wanneer er geen "ippon" of gelijkwaardig werd gescoord, zal de winnaar worden aangewezen op grond van:

- een "waza-ari" heeft een hogere waarde dan elk aantal "yuko s";

- een "yuko" heeft een hogere waarde dan elk aantal "koka s".

· Indien er geen genoteerde resultaten zijn of indien de genoteerde resultaten onder de hoofden "waza-ari", "yuko" of "koka" precies gelijk zijn, vraagt de
scheidsrechter "hantei". Voor de aankondiging "hantei" moeten de scheidsrechters voor zichzelf bepalen wie zij, op grond van een zichtbaar verschil in de
wedstrijdhouding, kundigheid of technische doeltreffendheid, als winnaar beschouwen. De hoofdscheidsrechter voegt zijn oordeel toe aan dat van de beide
hoekscheidsrechters en beslist overeenkomstig de meerderheidsregel.

· Als er, binnen de voor de wedstrijd toegestane tijd op het scorebord geen verschil is behaald, geen voordeel is en het is onmogelijk op grond van dit artikel een
meerderheid voor een deelnemer vast te stellen, zal na de aankondiging "hantei" de uitslag "hiki-wake" zijn.

Nadat de scheidsrechter het eindresultaat van de wedstrijd heeft aangegeven, doen de deelnemers een stap achterwaarts naar hun respectievelijke blauwe en witte markering, maken een staande buiging en verlaten de wedstrijdruimte.

Heeft de scheidsrechter de uitslag van de wedstrijd eenmaal aan de deelnemers bekend gemaakt, dan kan hij zijn beslissing niet meer wijzigen, zodra hij en de hoekscheidsrechters de wedstrijdruimte hebben verlaten.

Indien de scheidsrechter de overwinning abusievelijk aan de verkeerde deelnemer toewijst, moeten de twee hoekscheidsrechters ervoor zorgen dat hij zijn foutieve beslissing wijzigt voor hij en de twee hoekscheidsrechters de wedstrijdruimte verlaten.

Alle door de scheidsrechters, in overeenstemming met de "meerderheidsregel van drie", ondernomen acties en genomen besluiten zijn definitief en niet aanvechtbaar.
terug naar index
19. "Ippon"

De scheidsrechter kondigt "ippon" aan als naar zijn mening een toegepaste techniek aan de volgende voorwaarden voldoet:

· Als een deelnemer zijn tegenstander onder controle met aanzienlijke kracht en snelheid grotendeels op de rug werpt.

· Als een deelnemer de ander gedurende 25 seconden na de aankondiging "osaekomi" zo vasthoudt dat deze niet kan loskomen.

· Als een deelnemer opgeeft door met zijn hand of voet twee of meer malen af te tikken of "maitte" (ik geef op) zegt, meestal tengevolge van "osaekomi-waza", "shime-waza" of "kansetsu-waza".

· Als een deelnemer wordt uitgeschakeld door het resultaat van "shime-waza" of "kansetsu-waza".

Gelijkwaardigheid:

Als een deelnemer gestraft wordt met "hansoku-make" wordt de ander tot winnaar verklaard.
terug naar index
20. "Waza-ari awasete ippon"

Als een deelnemer in een wedstrijd een tweede "waza-ari" behaalt, kondigt de scheidsrechter "waza-ari awasete ippon" (twee "waza-ari s" maakt "ippon") aan.

21. "Waza-ari"

De scheidsrechter kondigt "waza-ari" aan als naar zijn mening een toegepaste techniek aan de volgende voorwaarden voldoet:

· Een deelnemer werpt de andere deelnemer onder controle, maar de techniek mist gedeeltelijk een van de drie andere voorwaarden voor "ippon".

· Een deelnemer houdt de andere deelnemer in een aangekondigde "osaekomi" en deze is niet in staat om gedurende 20 seconden of meer, maar minder dan 25 seconden, los te komen.

Gelijkwaardigheid:

Als een deelnemer met "keikoku" gestraft wordt, ontvangt de andere deelnemer direct een "waza-ari".

Hoewel aan de voorwaarden voor "ippon" kan zijn voldaan (grotendeels op de rug, met snelheid en kracht bij een worp als "tomoe-nage") is "waza-ari" de maximale waardering die toegekend mag worden wanneer er sprake is van een onderbreking in de werpactie.

terug naar index
22. "Yuko"

De scheidsrechter kondigt "yuko" aan wanneer naar zijn mening een toegepaste techniek aan de volgende voorwaarden voldoet:

Een deelnemer werpt de andere deelnemer onder controle, maar de techniek mist gedeeltelijk twee van de drie andere voorwaarden voor "ippon", bijvoorbeeld:

1. Mist gedeeltelijk de voorwaarde "grotendeels op de rug" en mist tevens gedeeltelijk een van de andere twee voorwaarden, "snelheid" of "kracht".

2. "Grotendeels op de rug", maar mist gedeeltelijk aan de beide andere voorwaarden, "snelheid" en "kracht".

Een deelnemer houdt zijn tegenstander in een aangekondigde "osaekomi" en deze is niet in staat om gedurende 15 seconden of meer, maar minder dan 20 seconden, los te komen.

Gelijkwaardigheid:

Als een deelnemer met "chui" gestraft wordt, ontvangt de andere deelnemer direct een "yuko".

Geen enkel aantal aangekondigde "yuko's" zal als gelijkwaardig aan een "waza-ari" beschouwd worden.

Het totaal aantal gescoorde "yuko's" wordt op het scorebord aangegeven.

terug naar index
23. "Koka"

De scheidsrechter kondigt "koka" aan als naar zijn mening een toegepaste techniek voldoet aan de volgende voorwaarden:

· Een deelnemer werpt zijn tegenstander onder controle, met snelheid en kracht op een schouder, op de dij(en) of het zitvlak.

· Een deelnemer houdt zijn tegenstander in een aangekondigde "osaekomi" en deze is niet in staat om gedurende 10 seconden of meer, maar minder dan 15 seconden, los te komen.

Gelijkwaardigheid:

Als een deelnemer met "shido" gestraft wordt, ontvangt de andere deelnemer direct een "koka".

Geen enkel aantal aangekondigde "koka s" zal als gelijkwaardig aan een "yuko" of "waza-ari" worden beschouwd.

Het totaal aantal "koka s" wordt op het scorebord aangegeven.

Als een tegenstander op zijn buik, knie(ën) of elleboog/ellebogen wordt geworpen, wordt dit geteld als "kinsa". Op dezelfde manier wordt "osaekomi" tot 9

seconden, gezien als "kinsa".
terug naar index
24. "Osaekomi-waza"

De scheidsrechter zal "osaekomi" aankondigen als naar zijn mening de toepaste techniek voldoet aan de volgende voorwaarden:

· De door zijn tegenstander onder controle gehouden deelnemer ("uke") moet met zijn rug of met een van beide schouders in contact met de mat zijn.

· De controle kan uitgeoefend worden vanuit zijkant, achterkant of bovenkant van uke.

· De deelnemer die de houdgreep uitvoert ("tori") mag zijn been/benen of lichaam niet laten controleren (insluiten) door de benen van de tegenstander.

· Minstens een deelnemer raakt met enig deel van zijn lichaam de gevechtsruimte bij de aankondiging "osaekomi".

· Het lichaam van de deelnemer, die de houdgreep toepast, moet hetzij de "kesa"-positie of de "shiho"-positie ingenomen hebben, overeenkomstig de technieken "kesa-gatame" of "kami-shiho-gatame".

Een deelnemer, die zijn tegenstander met "osaekomi" controleert, mag zonder controleverlies overgaan naar een andere "osaekomi". De "osaekomi"-tijd zal
doorlopen tot de aankondiging "ippon" (of tot "waza-ari" of gelijkwaardig, in het geval van "waza-ari awasete ippon", of van "sogo-gachi") of tot "toketa" of "matte".

Als tijdens "osaekomi" de deelnemer, die in een voordeelpositie verkeert, een overtreding begaat welke bestraft moet worden, kondigt de scheidsrechter "matte"
aan, laat de deelnemers terugkeren naar hun beginplaatsen, deelt de straf uit (kent de eventueel behaalde waardering voor de "osaekomi" toe) en hervat daarna
de wedstrijd met de aankondiging "hajime".

Als tijdens "osaekomi" de deelnemer, die in een nadeelpositie verkeert, een overtreding begaat welke bestraft moet worden, kondigt de scheidsrechter "sonomama" aan, deelt de straf uit en hervat daarna de wedstrijd door met beide handen op beide deelnemers te drukken met de aankondiging "yoshi".

Als beide hoekscheidsrechters overeenstemmen in hun mening dat er sprake is van "osaekomi", maar de hoofdscheidsrechter heeft geen "osaekomi"
aangekondigd, geven beiden het teken voor "osaekomi" en moet de hoofdscheidsrechter, volgens de meerderheidsregel, onmiddellijk "osaekomi" aankondigen.

Op overeenkomstige wijze geven beide hoekscheidsrechters het teken voor "niet geldig", als zij overeenstemmen in hun mening dat er geen sprake is van "osaekomi", terwijl de hoofdscheidsrechter "osaekomi" heeft aangekondigd.

In het geval van een gedeeltelijk op de veiligheidsstrook voortdurende "osaekomi", waarbij het gedeelte van het lichaam van de deelnemer dat de gevechtsruimte
nog raakt, loskomt van de mat, moet de hoofdscheidsrechter "matte" aankondigen.

Zodra de deelnemer, waarbij de "osaekomi" wordt aangelegd, erin slaagt een been van zijn tegenstander te "scharen", hetzij over het been of onder het been
door, moet "toketa" aangekondigd worden.

Als in "ne-waza", na de aankondiging "sonomama" gestraft moet worden met "hansoku-make", moet "matte" aangekondigd worden, gestraft worden met "hansoku-make" en moet de wedstrijd beëindigd worden met de aankondiging "sore-made".

In situaties waarbij de rug van "uke" niet langer in contact is met de mat (bijvoorbeeld "bruggen"), maar "tori" handhaaft de controle, zal "osaekomi" voortduren.
terug naar index
25. Verboden handelingen en straffen

De onderverdeling van de overtredingen in vier groepen is bedoeld als richtlijn voor een algeheel beter begrip van de strafmaat, behorend bij de uitgevoerde verboden handeling.

Straffen kunnen niet worden opgeteld. Elke straf moet naar eigen waarde gegeven worden. Met het opleggen van een tweede of verdere straf, vervalt automatisch elke vorige straf.

Als een deelnemer reeds is gestraft, moeten alle verdere straffen voor die deelnemer altijd tenminste een graad hoger zijn dan de al opgelegde straf.

Als de scheidsrechter een straf oplegt moet hij, indien dit noodzakelijk is, met een eenvoudige handeling de reden van de straf aangeven.

Zolang de uitslag nog niet bekend is gemaakt, kan na de aankondiging "sore-made" een straf opgelegd worden voor een verboden handeling, toegepast in de voor de wedstrijd toegestane tijd of, in uitzonderlijke gevallen, voor ernstige overtredingen begaan na het eindsignaal van de wedstrijd.

Verboden handelingen en overeenkomstige straffen:

· "SHIDO" wordt gegeven aan een deelnemer die een lichte overtreding begaat:

Negatief Judo

Opzettelijk vermijden de tegenstander vast te pakken om wedstrijdhandelingen te voorkomen.
In staande positie een bovenmatige defensieve houding aannemen, in het algemeen meer dan 5 seconden.
De indruk geven een aanval te maken, waarbij de intentie niet aanwezig is om de tegenstander te werpen (schijnaanval).
Zich met beide voeten geheel op de gevarenzone bevinden, zonder een aanval te beginnen, een aanval uit te voeren, de tegenstander s aanval over te nemen of zich tegen de aanval te verdedigen, in het algemeen meer dan 5 seconden.
In staande positie, uit defensieve overwegingen, voortdurend vasthouden aan het eind van de mouw(en) van de tegenstander, in het algemeen meer dan 5 seconden of vasthouden door de mouw strak om te draaien.
In staande positie voortdurend de vingers van de tegenstander vasthouden, of een of beide handen in elkaar grijpen om daardoor wedstrijdhandelingen te voorkomen, in het algemeen meer dan 5 seconden.
Opzettelijk de eigen "judogi" in de war brengen, de band of broek losmaken, of opnieuw vastmaken zonder toestemming van de scheidsrechter.
De tegenstander naar beneden trekken om in "ne-waza" te beginnen.
Met een of meer vingers in de mouw of onderkant van de broek van de tegenstander grijpen.
terug naar index
26. Judo wedstrijdreglement voor jongeren onder 12 jaar

(JBN regels voor Nederland)

Alle wedstrijden worden beoordeeld volgens het wedstrijdreglement van de I.J.F., echter met inachtneming van de volgende punten:

Behoudens de verboden handelingen, zoals vermeld in het Wedstrijdreglement van de I.J.F., zijn eveneens niet toegestaan:

· "tomoe-nage" en "hikomi-gaeshi" en alle vormen van deze technieken;

· "ude-kansetsu-waza" (armklem technieken);

· "shime-waza" (omstrengeling technieken = verwurging);

· "sankaku-waza" (driehoek technieken):

· het uitvoeren van een schouderworp op een en op twee knieën;

· met twee handen de benen van de andere deelnemer onderuit halen (de worp "morote-gari" / "ryo-ashi-dori");

· om het hoofd pakken zonder daarbij een arm in te sluiten (nek omwringen);

· het na een goed uitgevoerde werptechniek op de andere deelnemer vallen.

Straffen

Bij elke straf die de scheidsrechter geeft zal hij duidelijk aan de deelnemer mededelen waarom of waardoor de straf wordt opgelegd. Voor de extra verboden handelingen, zoals vermeld onder 2, is de straf "shido" van toepassing.

Veiligheid

In alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, maar waarbij de scheidsrechter van mening is van de veiligheid van een of beide deelnemers in het geding is, zal de scheidsrechter de wedstrijd onmiddellijk onderbreken en die maatregelen treffen die hij nodig acht. Hij heeft het recht hierbij bestraffend op te treden, daarbij de intentie van de handeling in acht nemend.

Blessure.

Alle gevallen van blessure mogen door degene, die de medische begeleiding verzorgt, behandeld worden.

Organisatie.

Dit reglement is van toepassing op deelnemers die op 31 december van het lopende kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt. Zij mogen niet worden ingedeeld in een leeftijdscategorie vanaf 12 jaar. Deelnemers vanaf 12 jaar mogen niet worden ingedeeld in een leeftijdscategorie onder 12 jaar.
terug naar index
27. Inleiding en Kyu s

De band die een judoka draagt dient om de judogi dicht te houden. Naast dat doel kun je aan de band zien hoe gevorderd een judoka is. Hieronder vind je informatie over de gradatie.

De opbouw

Er bestaan op de judoladder 16 gradaties voordat je helemaal boven aan bent. Bij de klassen (kyu) wordt er van boven naar beneden geteld. Zo begin je met de zesde kyu (witte band), dan de vijfde kyu (gele band), de vierde kyu (oranje band), de derde kyu (groene band), de tweede kyu (blauwe band) en ten slotte de eerste kyu (bruine band). Bij de graden daarentegen wordt er van beneden naar boven geteld: als je slaagt voor je zwarte band ben je ook meteen eerste dan, hierop volgt de tweede dan, de derde dan, enzovoort. De hoogste dan-graad die je kunt halen, is de tiende dan, Jigoro Kano zelf kreeg na zijn dood de twaalfde dan. Deze graad is echter alleen voor Kano en is dan ook meer symbolisch bedoeld. In Japan wordt er een iets ander systeem gehanteerd.

Tussen elke klasse en graad bestaat er bij ons een zogenaamde wachttijd. Dat is de tijd die minimaal nodig is voor je examen mag doen voor de volgende gradatie. Een judo-examen bestaat uit een competitiegedeelte en een techniekgedeelte. Het onderdeel techniek is dan weer verdeeld in techniek (werptechnieken en controletechnieken) en kata (samen met je partner een principe van het judo laten zien op een voorgeschreven wijze).

Voor de judoka s tot 12 jaar bestaan er nog wat tussenstapjes in de vorm van slippen. De bruine band is de hoogste gradatie in de klassenindeling. De zwarte band daarentegen is de laagste graad bij de dan-graden. Tot en met de derde dan behoor je bij de dan-indeling tot de beginnende graden. Een vierde dan is een gevorderde judoka en een vijfde dan een vergevorderde judoka. De zesde dan is uiteindelijk de meestertitel. Deze judoka s mogen een rood wit geblokte band dragen (of gewoon de zwarte band). De negende en tiende dan tenslotte zijn maar voor heel weinig judoka s weggelegd. Jigoro Kano heeft de twaalfde dan, omdat hij het judo heeft uitgevonden.
Brede wit (12e dan)
 
Junidan
Rood (10e dan)
 
Judan
Rood (9e dan) 
 
Kudan
Rood wit (8e dan)
 
Hachidan
Rood wit (7e dan)
 
Shichidan
Rood wit (6e dan)
 
Rokudan
Zwart (5e dan)
 
Godan
Zwart (4e dan)
 
Shidan
Zwart (3e dan)
 
Sandan
Zwart (2e dan)
 
Nidan
Zwart (1e dan)
 
Shodan
Bruin (1e kyu
 
Ichikyu
Blauw (2e kyu)
 
Nikyu
Groen (3e kyu)
 
Sankyu
Oranje (4e kyu)
 
Shikyu
Geel (5e kyu)
 
Gokyu
Wit (6e kyu)
 
Rokukyu
De beoordeling.

De witte tot en met de bruine band kun je bij je eigen club of school halen. Daarna voor het behalen van de zwarte band, moet je voor een examencommissie verschijnen in je district. De examencommissie bestaat meestal uit vierde en vijfde dan-graden en zij hebben de taak om te beoordelen of je voldoet aan de eisen, die voor die graad gesteld zijn.


28. Vaardigheidseisen Danexamen Judo

1e DAN (datum van ingang: 1 september 1999)

De kandidaat wordt geacht de hieronder gebruikte Japanse nomenclatuur te beheersen.

NAGE-NO-KATA 1e t/m 3e serie. Vrijstelling bij 100 examenpunten.Examenpunten kunnen worden behaald bij het wedstrijdgedeeltevan het examen.

TOKUI-WAZA Het is toegestaan te starten met een eigen programma, vanmaximaal tien minuten, waarin tachi-waza en/of ne-waza aan bodmogen komen; er kan aanvullen worden gevraagd.


TACHI-WAZA Onderstaande technieken dienen rechts en links te worden uitgevoerd.


Nage-waza (zie werptechnieken/eisen 1e dan)
de-ashi-barai
okuri-ashi-barai
hiza-guruma
sasae-tsuri-komi-ashi
o-soto-gari
o-uchi-gari
o-uchi-barai
ko-uchi-gari
ko-uchi-barai
ippon-seoi-nage
morote-seoi-nage
tai-otoshi
koshi-guruma
o-goshi
tsuri-komi-goshi
harai-goshi
uchi-mata
tomoe-nage
yoko-tomoe-nage
tani-o-toshi
sumi-gaeshi
Renraku-waza en/of renzoku-waza
Drie combinaties van twee worpen. Dit hoeven geen worpen uit bovenstaande lijst te zijn.
Kaeshi-waza
Drie overnames op een worp. Dit hoeven geen worpen uit bovenstaande lijst te zijn.
Hikomi-waza
Een zelf gekozen techniek uit deze groep plus eindcontrole.

NE-WAZA Onderstaande technieken dienen uitgevoerd te worden vanuit een reële randorisituatie.


Osae-waza
kesa-gatame
yoko-shiho-gatame
tate-shiho-gatame
kami-shiho-gatame
Shime-waza
kata-juji-jime
nami-juji-jime
gyaku-juji-jime
hadaka-jime
okuri-eri-jime
kata-ha-jime
kata-te-jime
morote-jime
sankaku-jime
tsu-komi-jime
Kansetsu-waza
ude-garami
ude-hishigi-juji-gatame
ude-hishigi-hiza-gatame
ude-hishigi-ude-gatame
ude-hishigi-waki-gatame
Situationeel ne-waza
Vanuit elk van de vijf volgende posities, minimaal twee controletechnieken maken. De posities zijn:
1) Uke ligt op de rug; tori zit tussen de knieën van uke.
2) Tori ligt op de rug, met uke tussen knieën van tori.
3) Uke elleboog - knieën.
4) Tori elleboog - knieën en wordt aangevallen door uke.
5) Uke ligt op de buik.
Deze technieken moeten vanuit tachi-waza gemaakt kunnen worden.

YAKU-SOKU-GEIKO

1) Alle voornoemde technieken staande en op de grond in beweging uitvoeren.
2) Het in vier richtingen uitvoeren van een zelfgekozenworp. Dit hoeft geen worp uit bovenstaande lijst te zijn.
terug naar index
terug naar index
terug naar index